Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
15:45:21 uur
15:47:29 uur
‘Ik hoorde [slachtoffer] plots schreeuwen. Ik hoorde “AH” en keek gelijk achterom. Ik zag toen dat [slachtoffer] bloedde. Ik zag dat [verdachte] [slachtoffer] in zijn rug stak. Ik zag dat [verdachte] in zijn rechterhand een mes had. Het was volgens mij een mes met een blauw handvat. Ik heb ook bij de eerste steek gezien dat [verdachte] het mes uit de nek haalde van [slachtoffer] . (…)’ [6]
niettegen hem heeft gezegd dat hij het slachtoffer iets aan wilde doen.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
Betrokkene zegt niet de intentie gehad te hebben het slachtoffer te doden en dat het letsel van het slachtoffer ontstaan is door diens val. Betrokkene ontkent gestoken te hebben. Onderzoekers zijn evenwel van mening dat er, naast het waandenken van betrokkene, ook sprake was van een verminderde controle over zijn gedrag. Ook in de maanden voorafgaand aan het ten laste gelegde, waarin hij al in psychotische zin ontregeld was, is opgetekend dat betrokkene verviel in “chaotisch” gedrag. Uit het halen van een mes ter verdediging kan nog wel enige planmatigheid gezien worden, maar onderzoekers zien deze planmatigheid toch ook volledig binnen het kader van de psychotische ontregeling van betrokkene.
8.OPLEGGING VAN MAATREGEL
- bij verdachte tijdens het begaan van het feit sprake was van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens;
- verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een misdrijf waarop een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld, te weten doodslag,
- de deskundigen concluderen dat het risico op gewelddadig gedrag naar anderen als aanzienlijk wordt ingeschat.
9.BENADEELDE PARTIJEN
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte voor het bewezen verklaarde niet strafbaar en
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij
van overheidswege wordt verpleegd;
- wijst de vordering van deze benadeelde partij toe tot een bedrag van € 6.714,50, bestaande uit materiële schade;
- veroordeelt de verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan de benadeelde partij, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 juni 2018 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van deze benadeelde partij aan de Staat € 6.714,50 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 juni 2018 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag hechtenis;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;