Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 september 2019 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
de Staatssecretaris van Financiën, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Over het strafontslag
Het feit dat eiseres niet de mogelijkheid heeft gehad om haar zienswijze en verklaringen mondeling toe te lichten, betekent naar het oordeel van de rechtbank niet dat sprake is van een onzorgvuldig onderzoek. Niet is gebleken dat eiseres door de gang van zaken in haar belangen is geschaad. De rechtbank ziet verder in de gedingstukken geen aanknopingspunten voor de juistheid van eiseres’ stelling dat het onderzoek van verweerder slechts gericht is geweest op het verzamelen van belastende informatie met als doel een ontslagprocedure te kunnen starten. De beroepsgronden van eiseres slagen niet.
Hiermee is echter niet gezegd dat eiseres druk heeft uitgeoefend op haar collega’s of dat er sprake was van dwang. Blijkens het voornemen heeft verweerder eiseres dit ook niet verweten. De rechtbank concludeert dat eiseres de onder 3.b. vermelde, aan haar verweten gedraging heeft begaan. Verweerder heeft terecht gesteld dat deze gedraging plichtsverzuim oplevert. Eiseres heeft zich hiermee immers niet gedragen zoals het een goed ambtenaar betaamt.
Over de schorsing en de inhouding van bezoldiging
Over de proceskosten en het griffierecht
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit 1 ongegrond;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit 2 gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit 2;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar tegen het primaire besluit 3 met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 174,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.024,-.