De arbeidsovereenkomst tussen verzoekster en verweerster, die sinds 2013 in dienst was en sinds 2015 arbeidsongeschikt, werd ontbonden wegens een ernstig verstoorde arbeidsrelatie. Diverse incidenten, waaronder bedreigingen en communicatieproblemen, leidden tot escalatie en beëindiging van de loondoorbetaling.
De bedrijfsarts stelde een doorlopende arbeidsongeschiktheid vast, en het UWV oordeelde dat de werkgever voldoende re-integratie-inspanningen had verricht. Verweerster betwistte de toereikendheid van de re-integratie en stelde dat zij geen toegang kreeg tot haar personeelsdossier.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsrelatie zodanig verstoord was dat voortzetting niet redelijk was, en wees het verzoek tot ontbinding toe. De transitievergoeding werd vastgesteld op €9.227,00, waarbij ernstig verwijtbaar handelen van verweerster werd verworpen. De arbeidsovereenkomst eindigt op 1 april 2019. Een billijke vergoeding werd afgewezen en proceskosten werden ieder voor eigen rekening genomen.