ECLI:NL:RBMNE:2019:5350
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet met toekenning gedeeltelijke transitievergoeding ondanks ernstig verwijtbaar handelen werknemer
Werknemer, sinds 2001 als verloskundige in dienst, werd op staande voet ontslagen nadat haar registratie in het Kwaliteitsregister Verloskundigen en het BIG-register was verlopen en zij ondanks instructies toch werkzaamheden verrichtte. De werkgever stelde dat dit ernstig verwijtbaar handelen was en dat ontslag op staande voet gerechtvaardigd was.
De werknemer betwistte de dringende reden en vroeg vernietiging van het ontslag, wedertewerkstelling en loonbetaling. De werkgever vorderde daarnaast een gefixeerde schadevergoeding wegens schuld van de werknemer aan het ontslag.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer een dringende reden had gegeven voor ontslag op staande voet, mede door het gebruik van de patiëntenkaart van de werkgever en het wekken van de indruk dat zij nog bevoegd was. De persoonlijke omstandigheden van de werknemer konden dit niet rechtvaardigen. Wel vond de rechter het onaanvaardbaar dat de werknemer na 17 jaar dienstverband zonder transitievergoeding zou blijven, en kende daarom op grond van redelijkheid en billijkheid een gedeeltelijke transitievergoeding toe.
De werknemer werd veroordeeld tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding aan de werkgever wegens haar schuld aan het ontslag. Verzoeken tot vernietiging van het ontslag en wedertewerkstelling werden afgewezen. Proceskosten werden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: Ontslag op staande voet is rechtsgeldig; werknemer krijgt gedeeltelijke transitievergoeding en moet schadevergoeding aan werkgever betalen.