ECLI:NL:RBMNE:2019:991
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens overtreding drugshandelverbod op openbare plaats
Eiser is door verweerder een last onder dwangsom opgelegd wegens het kennelijke doel om drugs te verhandelen op een openbare plaats, in strijd met artikel 2:74 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Woerden. De last is gebaseerd op een bestuurlijke rapportage van de politie waarin onder meer een grote hoeveelheid cocaïne en verpakkingsmateriaal in een garagebox van eiser zijn aangetroffen, en getuigenverklaringen die eiser als dealer noemen.
Eiser betwist de overtreding en stelt dat verweerder aanvullend onderzoek had moeten verrichten. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht uitging van de juistheid van de bestuurlijke rapportage en dat een enkele ontkenning onvoldoende is om een eigen onderzoek te verplichten. Ook is geen sprake van schending van de onschuldpresumptie, omdat verweerder niet uitgaat van schuld maar van aannemelijkheid op basis van eigen beoordeling.
Ten aanzien van proportionaliteit en subsidiariteit stelt eiser dat eerst een waarschuwing had moeten worden gegeven en dat de dwangsom te hoog is. De rechtbank vindt het belang van handhaving tegen drugshandel groot en acht de hoogte van de dwangsom in redelijke verhouding tot het doel. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wegens overtreding van artikel 2:74 van de APV wordt ongegrond verklaard.