Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 april 2020 in de zaak tussen
[eiser] te [woonplaats] , eiser
de burgemeester van de gemeente [woonplaats] , verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- vermoedelijk drugshandel door eiser op 6 mei 2016 in een horecagelegenheid in [woonplaats] ;
- aanhouding van eiser wegens vermoeden van handel in harddrugs op 25 februari 2018 in de gemeente Nieuwkoop;
- getuigen hebben hierna verklaard dat zij eiser herkennen als verkoper van verdovende middelen;
- de politie heeft informatie dat eiser in september 2016 zou hebben gehandeld in cocaïne;
- in maart 2017 heeft de politie anonieme melding ontvangen dat eiser verdovende middelen verhandelt vanuit zijn auto rondom [woonplaats] ;
- de politie heeft informatie dat eiser in maart 2017 korte contacten zou hebben aan de voordeur van zijn woning in [woonplaats] . De bezoekers zouden geld geven aan eiser, die hen daarna iets teruggeeft;
- de politie heeft anonieme informatie ontvangen dat in oktober 2017 eiser verdovende middelen zou verkopen en bewaren in het dashboard van zijn auto;
- in januari 2018 wordt eiser gecontroleerd door de politie. Na fouillering treffen zij
- in mei 2018 wordt eiser gecontroleerd door de politie. Bij hem worden twee telefoons en een geldbedrag van € 1.895,- aangetroffen;
- in oktober 2018 wordt eiser door de politie gecontroleerd als bestuurder van een auto. Bij hem worden twee telefoons en € 195,- aan contant geld aangetroffen.