ECLI:NL:RBMNE:2020:2412
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen herbeoordeling arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering afgewezen
Eiser, die sinds 2010 arbeidsongeschikt is gemeld en aanvankelijk volledig arbeidsongeschikt werd geacht, werd door verweerder herbeoordeeld en op 39% arbeidsongeschiktheid gesteld met een bijbehorende verdiencapaciteit. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze beslissing. De rechtbank heeft een onafhankelijke verzekeringsarts als deskundige ingeschakeld om het medisch dossier en de beperkingen van eiser te beoordelen.
De deskundige onderschreef de beperkingen zoals vastgesteld door de verzekeringsarts bezwaar en beroep, maar voegde enkele extra beperkingen toe, waaronder een urenbeperking en beperking voor langdurig staan zonder steun. De verzekeringsarts bezwaar en beroep weerlegde deze aanvullingen met een gedegen medische onderbouwing, stellende dat er geen medisch objectief bewijs was voor deze extra beperkingen.
De rechtbank volgde het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep omdat de motivering van de deskundige onvoldoende overtuigend was en niet voldoende medisch onderbouwd. De functionele mogelijkhedenlijst (FML) waarop het besluit gebaseerd was, werd als juist en toereikend beschouwd. De arbeidskundige rapportages gaven een passende invulling aan de belastbaarheid van eiser en de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 39% werd bevestigd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en een verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat het bestuursorgaan rechtmatig had gehandeld. De uitspraak werd gedaan door rechter E.M. van der Linde op 26 juni 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van 39% arbeidsongeschiktheid is ongegrond verklaard.