ECLI:NL:RBMNE:2020:2575
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door werkgever
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de loonsanctie centraal die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) aan Adecco Personeelsdiensten Logistiek B.V. is opgelegd wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen in het eerste spoor.
De werknemer was ziek gemeld en heeft na twee jaar ziekte een WIA-uitkering aangevraagd. UWV stelde vast dat Adecco onvoldoende had onderzocht of passende functies binnen de eigen organisatie beschikbaar waren, wat leidde tot een loonsanctie van 52 weken loondoorbetaling.
Adecco voerde aan dat de besluiten niet aan de juiste vestiging waren gericht en dat er binnen de organisatie geen passende functies waren, onderbouwd met een functiematrix en arbeidskundig rapport. De rechtbank oordeelde echter dat de besluiten correct waren gericht en dat het onderzoek naar passende functies onvoldoende was verricht vóór het loonsanctiebesluit.
De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en stelde dat achteraf ingebrachte stukken na het primaire besluit niet tot herstel kunnen leiden. De loonsanctie werd daarom bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van Adecco tegen de loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen wordt ongegrond verklaard.