ECLI:NL:RBMNE:2020:3011
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering bijstand wegens onjuiste vermogensberekening en ontbreken belangenafweging
Eiser ontving sinds juni 2014 bijstand en was betrokken bij een boedelscheiding die in augustus 2018 werd afgerond. De gemeente Utrecht vorderde terugbetaling van € 50.918,78 bijstand over de periode juni 2014 tot oktober 2018, omdat eiser nadien beschikte over middelen uit de boedelscheiding.
Eiser stelde dat de gemeente ten onrechte geen rekening hield met leningen die hij vóór de bijstand had afgesloten en met de vrij te laten vermogensgrens. Ook was er geen belangenafweging gemaakt ondanks zijn medische en persoonlijke omstandigheden. De rechtbank oordeelde dat de gemeente deze schulden had moeten betrekken bij de vermogensberekening en dat de vrij te laten vermogensgrens correct toegepast had moeten worden.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat de gemeente ten onrechte geen belangenafweging had gemaakt en onvoldoende had gemotiveerd waarom niet van terugvordering werd afgezien. Gezien de medische situatie en langdurige terugbetalingsverplichting van eiser achtte de rechtbank dit onredelijk.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en beval de gemeente binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot terugvordering van bijstand wordt vernietigd en de gemeente moet een nieuw besluit nemen met correcte vermogensberekening en belangenafweging.