ECLI:NL:CRVB:2020:1342
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet melden inkomsten uit werkzaamheden
Appellant en appellante ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Druten trok de bijstand in en vorderde de kosten terug omdat appellant niet had gemeld dat hij werkzaamheden verrichtte voor het bedrijf van zijn vader en inkomsten ontving die van invloed waren op het recht op bijstand.
Na een uitgebreid onderzoek met dossieronderzoek, observaties en getuigenverhoren stelde het college vast dat appellanten hun inlichtingenplicht hadden geschonden door niet te melden dat appellant geldbedragen ontving van het bedrijf. Het college herzag de bijstand en vorderde de kosten terug over twee perioden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij niet wisten dat zij de inkomsten moesten melden en dat het college al op de hoogte was van de werkzaamheden, waardoor zij meenden van meldingsplicht ontslagen te zijn. Deze beroepsgrond faalde omdat de plicht tot maandelijkse melding van inkomsten uit werkzaamheden van belang is voor de hoogte van de bijstand.
Verder voerden zij aan dat de terugvordering niet in verhouding stond tot het doel en dat het college te laat een onderzoek was gestart, een beroep op de zesmaandenjurisprudentie. De Raad oordeelde dat bij verplichte terugvordering geen ruimte is voor belangenafweging of toepassing van deze jurisprudentie.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht.