Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[gedaagde],
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, voormalig werknemer van de gedaagde, ontvangt sinds haar ontslag in 2014 een wachtgelduitkering op grond van de toepasselijke cao. De gedaagde bracht vanaf 2018 een bedrag aan flexpensioen in mindering op het wachtgeld. Eiseres stelt dat zij geen gebruik maakt van het flexpensioen en dat inhouding daarvan onrechtmatig is.
De kantonrechter overweegt dat de wachtgeldregeling een aanvullend karakter heeft en dat op grond van de cao en de Uitvoeringsregeling wachtgeld het flexpensioen in mindering mag worden gebracht. Eiseres’ keuze om het flexpensioen niet te laten uitkeren verandert hier niets aan. Bovendien is eiseres op grond van het pensioenreglement verplicht het flexpensioen vanaf haar 60e te laten ingaan.
De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt eiseres in de proceskosten. De inhouding van het flexpensioen op het wachtgeld is volgens de rechter gerechtvaardigd en conform de geldende regelingen.
Uitkomst: De vordering tot terugbetaling van ingehouden flexpensioen op wachtgeld wordt afgewezen.