ECLI:NL:RBMNE:2020:4333
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen boete en nieuwe inburgeringstermijn wegens niet voldoen aan inburgeringsplicht
Eiseres was sinds mei 2015 inburgeringsplichtig en had haar inburgeringstermijn tot 18 oktober 2018. Omdat zij niet aan deze plicht had voldaan, legde de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid haar bij besluit van 20 juni 2019 een boete op en verlengde de inburgeringstermijn.
Eiseres maakte bezwaar, waarop de boete werd ingetrokken vanwege haar zwangerschap, maar de nieuwe termijn bleef gehandhaafd. Zij stelde dat de nieuwe termijn onrealistisch was en dat het onevenredig was haar oneindig aan de plicht te houden, verwijzend naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar ook betrekking had op het tweede bestreden besluit, waarin de nieuwe termijn werd vastgesteld. De rechtbank vond geen aanleiding voor proceskostenvergoeding, omdat het primaire besluit niet onrechtmatig was en het medisch advies waarop dit was gebaseerd zorgvuldig en niet betwist was.
De stellingen van eiseres over de onrealistische termijn en onevenredigheid waren onvoldoende onderbouwd. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de boete en de nieuwe inburgeringstermijn wordt ongegrond verklaard.