De werknemer was sinds juni 2018 in dienst als applications sales representative bij de werkgever, een internationale softwareonderneming. Na een negatieve beoordeling in juli 2019 en het uitblijven van verbetering, startte de werkgever in januari 2020 een Performance Improvement Plan (PIP)-traject. Ondanks wekelijkse evaluaties en gesprekken verbeterde de werknemer niet en werd het PIP in juli 2020 met een negatief resultaat afgerond.
De werkgever verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de g-grond (verstoorde arbeidsverhouding). De werknemer voerde verweer en vorderde onder meer een billijke vergoeding. De kantonrechter stelde vast dat de arbeidsverhouding onherstelbaar verstoord was, mede door de verschillende opvattingen over functioneren en het mislukte verbetertraject.
De kantonrechter oordeelde dat het PIP-traject serieus was en dat de werkgever niet ernstig verwijtbaar had gehandeld. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met inachtneming van de opzegtermijn, en de werkgever werd veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding van €4.000 bruto. Een billijke vergoeding werd afgewezen en proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.