Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 december 2020 in de zaak tussen
[eiser] h.o.d.n. [restaurant] , te [plaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
- In de ochtend van 15 maart 2019 is er meerdere keren gericht geschoten op [restaurant] . De reden voor de beschieting zou te maken met drugshandel (artikel 10, lid 1 onder f).
- Er is enige tijd een cashcenter in [restaurant] aanwezig geweest, waarmee illegaal gokken werd gefaciliteerd (artikel 10, lid 1 onder f en artikel 10, lid 1, onder b, jo. artikel 7).
- Buurtbewoners van [restaurant] hebben overlast ervaren en voelden zich geïntimideerd door bezoekers (artikel 10, lid 1, onder e).
- [restaurant] had een rol in het criminele circuit (artikel 10, lid 1, onder e en artikel 10, lid 1, onder b jo. artikel 7).
- Uit klachten en meldingen over het bedrijf komt een beeld naar voren dat er vanuit het pand en in de omgeving in drugs werd gehandeld (artikel 10, lid 1, onder e).
- Er was een sterk vermoeden van een schijnconstructie, dat wil zeggen dat eiser niet de werkelijke eigenaar was van [restaurant] (artikel 10, lid 1, onder d).
- Een eerdere aanvraag voor de exploitatie van een coffeeshop is afgewezen (artikel 10, lid 1 onder b, jo. artikel 7).
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit, behalve voor wat betreft de toegekende dwangsom;