ECLI:NL:RBMNE:2020:5717
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbindingsverzoek op bedrijfseconomische grond en gelegenheid tot aanvulling op verstoorde arbeidsverhouding
De kantonrechter van Rechtbank Midden-Nederland behandelde het ontbindingsverzoek van [verzoekster] B.V. tegen haar werknemer [verweerder], commercieel manager sinds januari 2019. [Verzoekster] stelde dat de functie van [verweerder] was komen te vervallen door het binnenhalen van twee grote klanten en de aanstelling van nieuwe medewerkers, en dat haar financiële situatie kritiek was door stopzetting van investeringsfinanciering.
Het ontbindingsverzoek op grond van het verval van de functie werd afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk was dat de functie daadwerkelijk was komen te vervallen. De kantonrechter vond de verklaringen van [verweerder] over zijn werkzaamheden en het ontbreken van een duidelijk beëindigingssignaal overtuigender. Ook de financiële situatie van [verzoekster] was onvoldoende onderbouwd volgens de vereisten die het UWV hanteert, waardoor ook deze grond niet kon leiden tot ontbinding.
Daarnaast verzocht [verweerder] om toelating tot werkzaamheden en betaling van openstaande declaraties, welke verzoeken werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en de verstoorde arbeidsrelatie.
De kantonrechter gaf [verzoekster] de mogelijkheid haar ontbindingsverzoek aan te vullen met de grond van verstoorde arbeidsverhouding (g-grond) en stelde de verdere beslissing aan. Hiermee wordt beoogd de patstelling tussen partijen te doorbreken en tot een oplossing te komen.
Uitkomst: Het ontbindingsverzoek op bedrijfseconomische grond wordt afgewezen en [verzoekster] krijgt gelegenheid tot aanvulling op de grond van verstoorde arbeidsverhouding.