ECLI:NL:RBMNE:2021:1126
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepasselijkheid Nederlandse socialezekerheidswetgeving bij werkzaamheden in meerdere EU-lidstaten
Eiser was van februari tot december 2016 werkzaam als matroos op een binnenvaartschip dat onder Nederlandse registratie valt en voer in Nederland, België en Duitsland. Het Liechtensteinse bevoegde orgaan verzocht de Nederlandse Sociale Verzekeringsbank (SVB) om de toepasselijke socialezekeringswetgeving vast te stellen. De SVB stelde vast dat de Nederlandse wetgeving van toepassing was en gaf een A1-verklaring af. Eiser maakte bezwaar en stelde dat de procedurevoorschriften niet waren nageleefd, dat de methode voor het bepalen van het percentage werkzaamheden in Nederland onjuist was en dat de Liechtensteinse wetgeving van toepassing zou moeten zijn.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet tijdig had gemeld dat hij in meerdere lidstaten werkte, waardoor de SVB niet verplicht was de procedurevoorschriften uit de toepasselijke EU-verordeningen strikt te volgen. De rechtbank bevestigde dat de SVB terecht uitging van de vaartijden van het schip als indicatie voor de werkzaamheden in Nederland, wat overeenkomt met vaste rechtspraak. Het door eiser aangevoerde harde criterium van 25% werd verworpen; het percentage van 22% is indicatief en voldoende om te spreken van substantiële werkzaamheden in Nederland.
De rechtbank wees het beroep af omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de gehanteerde methode onjuist was en dat hij daadwerkelijk minder dan 25% van zijn werkzaamheden in Nederland had verricht. Ook het beroep op artikel 16 van Pro Verordening 883/2004 werd verworpen omdat daarvoor een voorafgaand verzoek ontbrak. De rechtbank concludeerde dat er geen sprake is van dubbele premieheffing zolang Liechtenstein haar verplichtingen nakomt. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de Nederlandse socialezekerheidswetgeving blijft van toepassing.