Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 26 maart 2021 in de zaak tussen
Prorail B.V., te Utrecht, eiseres
Inleiding
Procesbelang
Inhoudelijke beoordeling
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, Prorail B.V., voerde in juni 2019 onderhoudswerkzaamheden uit aan het spooremplacement Waalhaven Oost waarbij een beschermde vaatplant, de smalle raai, werd verwijderd en de groeiplaats vernield. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit legde daarop een last onder dwangsom op gericht op het voorkomen van herhaling, die echter betrekking had op alle groeiplaatsen van beschermde plantensoorten in heel Nederland.
Eiseres maakte bezwaar tegen deze last, omdat de reikwijdte te ruim was en niet aansloot bij de geconstateerde overtreding. De rechtbank oordeelde dat hoewel de minister bevoegd was tot handhaving en het opleggen van een last onder dwangsom gerechtvaardigd was, de formulering van de last verder strekte dan noodzakelijk. De last had zich moeten beperken tot de bescherming van vaatplanten in en nabij het spoorbed waar de overtreding had plaatsgevonden.
Omdat de last inmiddels was verlopen, kon de minister het gebrek niet herstellen. De rechtbank vernietigde daarom het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, waarbij zij tevens de minister veroordeelde in de proceskosten en het griffierecht aan eiseres vergoedde.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de last onder dwangsom wegens te ruime reikwijdte en herroept het primaire besluit.