Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
volgens [gedaagde] BV:
dagen
7 dagen
436,00(2 punten x tarief € 218,00)
Rechtbank Midden-Nederland
De werknemer was van januari 2017 tot februari 2020 in dienst bij de werkgever als loodgieter en heeft zijn arbeidsovereenkomst opgezegd met een te korte opzegtermijn. Na beëindiging van het dienstverband vordert hij betaling van niet-genoten vakantiedagen, overuren en medische kosten.
De werkgever betwist de vorderingen deels en stelt onder meer dat wettelijke vakantiedagen zijn verjaard en dat er een afspraak is gemaakt over uitbetaling van slechts de helft van de niet-genoten vakantiedagen. De kantonrechter oordeelt dat de vervaltermijn niet kan worden tegengeworpen omdat de werkgever deze niet consequent heeft toegepast en onvoldoende heeft onderbouwd dat afstand is gedaan van vakantiedagen.
De vordering tot betaling van overuren wordt afgewezen omdat onvoldoende is komen vast te staan dat de werkgever opdracht heeft gegeven voor overwerk. De vergoeding voor medische kosten boven het eigen risico wordt eveneens afgewezen wegens gebrek aan bewijs. De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van € 2.730,30 bruto voor niet-genoten vakantiedagen, met wettelijke rente en een specificatieverplichting. De vordering tot gefixeerde schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging wordt gesplitst en apart behandeld.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van € 2.730,30 bruto voor niet-genoten vakantiedagen en afwijzing van overuren en medische kosten.