Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
primair),
dan welin die periode en op die plek ontucht heeft gepleegd met zijn kind (
subsidiair);
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
de rechtbank begrijpt: [slachtoffer4]). Hij was toen zelf ongeveer 9 jaar oud. [3]
de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 3]) meestal het slachtoffer was. Zij vertelde dat verdachte [slachtoffer 3] een keer had geslagen met de afvoerslang van de wasmachine toen hij in bed lag. Als de kinderen druk waren dan kregen ze een klap op hun hoofd. Dat gebeurde volgens [slachtoffer 6] bijna dagelijks. [slachtoffer4] is volgens [slachtoffer 6] net als [slachtoffer 3] wat drukker dan de rest. [slachtoffer4] kreeg dan ook klappen. Hij kreeg soms een klap op zijn rug, op zijn hoofd en werd ook op de bank gegooid. Ook werd [slachtoffer4] wel eens met een oplaadkabel of afstandsbediening geslagen. Bij de andere kinderen gebeurde ongeveer hetzelfde als bij [slachtoffer4] , maar misschien wel minder frequent. [6]
de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 3]) werd het meest mishandeld. [slachtoffer 8] vertelde over een incident waarbij [slachtoffer 3] in bed lag en zijn vader hem heel vaak sloeg met een stok en een kabel. [8]
de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 3]) en [slachtoffer4] de meeste klappen van haar vader. [slachtoffer 1] had ook wel eens gezien dat [slachtoffer 3] niet goed kon lopen omdat hij striemen op zijn benen had van de kabels. Alle kinderen zijn volgens [slachtoffer 1] door haar vader mishandeld, behalve misschien de jongste. [10]
de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 3]) werd geslagen met een bezem en daarna hij. Hij werd daar heel verdrietig van en had pijn. Zijn vader sloeg soms met een telefoonkabel of met een stok of met zijn hand. [slachtoffer 5] vertelde ook dat zijn vader als hij gedronken heeft veel sneller boos wordt en sneller gaat slaan dan anders. [12]
de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 3]) en nog anderen. [15]
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
- feit 2, feit 3: telkens: mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn kind, meermalen gepleegd;
- feit 4: mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn levensgezel.
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
- meldplicht bij de reclassering;
- begeleid wonen of maatschappelijke opvang;
- een alcoholverbod;
- een contactverbod met zijn kinderen.
9.BENADEELDE PARTIJ
Het toegewezen bedrag valt in het geval van [slachtoffer 1] aanzienlijk lager uit dan dat zij heeft gevorderd. Naast de algemene opmerkingen die de rechtbank hierover heeft gemaakt, komt dat in het geval van [slachtoffer 1] ook doordat haar vordering mede is gebaseerd op het seksuele misbruik, terwijl de rechtbank verdachte daarvan vrijspreekt.
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
- verklaart het overige ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een
- bepaalt dat de tijd door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht op de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van deze straf
- stelt daarbij een proeftijd van drie jaren vast;
- als algemene voorwaarden gelden dat verdachte:
- wijst de vordering van [slachtoffer 6] toe tot een bedrag van € 5.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2021;
- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 6] ;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 6] € 5.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2021, aan de Staat te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door gijzeling van 60 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op;
- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;
- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering van [slachtoffer 8] toe tot een bedrag van € 5.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2021;
- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 8] ;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 8] € 5.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2021, aan de Staat te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door gijzeling van 60 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op;
- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;
- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 5.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2021;
- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 1] ;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] € 5.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2021, aan de Staat te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door gijzeling van 60 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op;
- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;
- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering van [slachtoffer 3] toe tot een bedrag van € 5.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2021;
- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 3] ;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 3] € 5.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2021, aan de Staat te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door gijzeling van 60 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op;
- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;
- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering van [slachtoffer 6] toe tot een bedrag van € 5.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2021;
- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 6] ;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 6] € 5.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2021, aan de Staat te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door gijzeling van 60 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op;
- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;
- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 5.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2021;
- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 1] ;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- legt verdachte de erplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] € 5.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2021, aan de Staat te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door gijzeling van 60 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op;
- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;
- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering van [slachtoffer 10] toe tot een bedrag van € 5.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2021;
- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 10] ;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 10] € 5.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2021, aan de Staat te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door gijzeling van 60 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op;
- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;
- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering van [slachtoffer4] toe tot een bedrag van € 5.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2021;
- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer4] ;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer4] € 5.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2021, aan de Staat te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door gijzeling van 60 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op;
- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;
- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;