ECLI:NL:RBMNE:2021:2986
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens overschrijding beslistermijn zonder bijkomende omstandigheden
Eiseres stelde het college van burgemeester en wethouders van Almere aansprakelijk voor schade veroorzaakt door het te laat beslissen op een aanvraag voor een persoonsgebonden budget (pgb) voor haar zoon. Zij vorderde schadevergoeding op grond van artikel 8:90 Awb Pro. De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk is omdat besluiten op schadevergoedingsverzoeken niet vatbaar zijn voor beroep.
De rechtbank stelde vast dat verweerder uiterlijk op 13 augustus 2018 had moeten beslissen, maar dit pas op 6 september 2018 deed, wat een overschrijding van 3,5 weken betekent. Er waren geen aanwijzingen dat de beslistermijn was opgeschort of dat eiseres verweerder in gebreke had gesteld. Voor aansprakelijkheid is vereist dat het bestuursorgaan onzorgvuldig heeft gehandeld, wat niet is aangetoond.
De rechtbank verwierp het standpunt van verweerder dat eiseres geen belanghebbende was, aangezien zij financieel afhankelijk was van het pgb. De stelling dat sprake was van een onrechtmatig besluit faalde omdat niet duidelijk was welk besluit onrechtmatig zou zijn. De rechtbank wees het verzoek om schadevergoeding af en verklaarde het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk.
Tenslotte benadrukte de rechtbank dat de bestuursrechter niet bevoegd is om te oordelen over het feitelijk handelen van de gemeente, waarvoor de civiele rechter bevoegd is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.