ECLI:NL:RVS:2016:476
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J.J. van Buuren
- N. Verheij
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoeding wegens niet-tijdig beslissen op bezwaarschrift inzake informatieaanslagen OZB
De appellant verzocht om schadevergoeding wegens het niet tijdig beslissen op zijn bezwaarschrift uit 2007 over informatie over aanslagen onroerendezaakbelasting (OZB) voor paleis Het Loo en aangrenzende onroerende zaken. Hij stelde dat hierdoor zijn bestuursrechtelijke rechtsgang werd belemmerd, omdat hij na 1 januari 2008 geen beroep meer kon instellen bij de bestuursrechter.
De heffingsambtenaar wees het verzoek om schadevergoeding af, stellende dat appellant geen aantoonbare schade had geleden en dat het verlies van toegang tot de bestuursrechter het gevolg was van een bijzondere openbaarmakingsregeling in artikel 67 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr). De rechtbank bevestigde deze afwijzing en oordeelde dat de enkele overschrijding van de beslistermijn onvoldoende is voor onrechtmatigheid volgens artikel 6:162 BW Pro.
In hoger beroep betoogde appellant dat de rechtbank ten onrechte het niet-tijdig beslissen als niet onrechtmatig beschouwde en dat hij nadeel had ondervonden door de hogere kosten en risico's van een civiele procedure. De Afdeling volgde echter de jurisprudentie van de Hoge Raad dat voor aansprakelijkheid bijkomende omstandigheden nodig zijn en dat de overschrijding van de beslistermijn primair dient om voortvarendheid te bevorderen.
Ook het betoog dat eerdere ingebrekestellingen niet in behandeling waren genomen, werd verworpen omdat deze prematuur waren. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.