ECLI:NL:RBMNE:2021:3240
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestuurlijke boete kinderopvang wegens onvoldoende bewijs en matiging boete
Tijdens een controle bij een kindercentrum zijn meerdere overtredingen van de Wet Kinderopvang vastgesteld, waarvoor een bestuurlijke boete van €37.500,- werd opgelegd en een aanwijzing gegeven. De boete werd later verlaagd naar €35.000,-. Eiseres betwistte de overtredingen en de bevoegdheid tot boeteoplegging en stelde dat de boete disproportioneel was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was om de boete op te leggen, maar dat niet alle overtredingen voldoende waren onderbouwd. Voor vijf overtredingen kon niet worden vastgesteld dat deze daadwerkelijk hadden plaatsgevonden, omdat verweerder niet de onderliggende administratie had overgelegd en onvoldoende onderzoek had verricht naar de betwiste feiten. Voor drie overtredingen was de boete terecht opgelegd.
Gezien de samenhang tussen de overtredingen en de geringe ernst matigde de rechtbank de boete tot €5.000,-. De aanwijzing wegens niet-naleving van de vaste gezichtenregeling en beroepskracht-kindratio werd gegrond verklaard. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het beroep tegen de boete werd gegrond verklaard, het beroep tegen de aanwijzing ongegrond.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt gematigd tot €5.000,- en de aanwijzing blijft in stand.