ECLI:NL:RVS:2023:2022
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens overtreding beroepskracht-kindratio in kinderopvang Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht legde aan [appellante sub 2] een bestuurlijke boete van €37.500 op wegens overtredingen van de Wet kinderopvang, met name het niet naleven van de beroepskracht-kindratio. Na bezwaar en een gedeeltelijke herziening stelde de rechtbank de boete vast op €5.000, waarbij meerdere overtredingen niet bewezen werden geacht vanwege onvoldoende onderbouwing door het college.
Het college stelde hoger beroep in tegen het oordeel dat sommige overtredingen niet bewezen waren en tegen de matiging van de boete. De Raad van State oordeelde dat het college zonder nader onderzoek ten onrechte geen waarde hechtte aan door [appellante sub 2] overgelegde papieren roosters en verklaringen, waardoor twijfel ontstond over de overtredingen. De rechtbank heeft daarom terecht geoordeeld dat niet alle overtredingen bewezen zijn.
Daarnaast stelde [appellante sub 2] incidenteel hoger beroep in over de bevoegdheid van het college en de termijnoverschrijding. De Raad van State bevestigde dat het college bevoegd was om de boete op te leggen en dat de termijnoverschrijding van dertien weken een termijn van orde is zonder juridische gevolgen.
De Raad van State bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank, handhaafde de matiging van de boete en wees de overige klachten af. Het griffierecht van €541 werd aan het college opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de matiging van de bestuurlijke boete tot €5.000 en verklaart het hoger beroep van het college en het incidenteel hoger beroep van [appellante sub 2] ongegrond.