ECLI:NL:RBMNE:2021:3753

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 juli 2021
Publicatiedatum
6 augustus 2021
Zaaknummer
UTR 21/1270
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
ParticipatiewetBasisregistratie Personen
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep op bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden

Eiser en zijn partner vroegen bijstand aan met ingang van 11 maart 2020, maar de gemeente Almere wees deze aanvraag af omdat zij van mening was dat de aanvraag eerder had kunnen worden ingediend. Eiser voerde aan dat hij niet eerder kon aanvragen vanwege onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal en de coronamaatregelen die hulpverlening bemoeilijkten.

De rechtbank oordeelde dat onvoldoende taalbeheersing geen bijzondere omstandigheid is die het niet eerder aanvragen rechtvaardigt. Eiser had hulp moeten zoeken bij organisaties zoals VluchtelingenWerk, waaruit bleek dat hij ook daadwerkelijk hulp had ontvangen. Daarnaast waren er alternatieve mogelijkheden om hulp te vragen ondanks de coronamaatregelen.

Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is er geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 20 juli 2021 door de enkelvoudige kamer van de Rechtbank Midden-Nederland.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijstand met terugwerkende kracht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/1270
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juli 2021 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. A. Yüksel,
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, verweerder

(gemachtigde: P.J.M. Hendriks).

Procesverloop

Bij besluit van 14 oktober 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser en zijn partner [A] om bijstand op grond van de Participatiewet afgewezen.
Bij besluit van 2 februari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder zijn beslissing dat eiser en [A] geen bijstand krijgen over de periode van 11 maart 2020 tot en met 14 juli 2020 gehandhaafd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 juli 2021, via een Skypeverbinding. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt dus geen gelijk.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Eiser heeft op 15 juli 2020 samen met zijn partner [A] om bijstand gevraagd. Eiser heeft gevraagd om de bijstand te laten ingaan op 11 maart 2020. Sinds deze dag is [A] namelijk ingeschreven op het adres van eiser in de BRP [1] .
3. De gemeente heeft beslist dat eiser geen bijstand krijgt over de periode van 11 maart 2020 tot en met 14 juli 2020. De gemeente vindt namelijk dat eiser al vóór 15 juli 2020 een aanvraag had kunnen indienen. Niet is gebleken van bijzondere omstandigheden waardoor eiser dit niet kon.
4. Eiser is het niet eens met de beslissing van verweerder. Hij kon niet eerder dan 15 juli 2020 een aanvraag indienen. Hij spreekt namelijk niet of onvoldoende Nederlands. Ook kon hij niet voor hulp terecht bij Vluchtelingenwerk of bij de gemeente, vanwege de omstandigheden rondom corona.
5. De rechtbank oordeelt dat de gemeente terecht heeft gesteld dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden die maken dat eiser en [A] samen recht hebben op bijstand in de periode vóór 15 juli 2020. Van zulke bijzondere omstandigheden is namelijk alleen sprake als het eiser niet kan worden verweten dat hij niet eerder een aanvraag heeft ingediend [2] . Dat eiser de Nederlandse taal niet of onvoldoende spreekt, is geen bijzondere omstandigheid [3] .
Eiser had dan hulp moeten vragen. Er is niet gebleken dat eiser helemaal geen hulp heeft kunnen vragen. Uit de stukken blijkt namelijk dat eiser in de periode vóór 15 juli 2020 wel hulp heeft gekregen van VluchtelingenWerk. Bovendien had eiser hulp kunnen vragen van andere organisaties, als VluchtelingenWerk of de gemeente minder goed bereikbaar waren vanwege de omstandigheden rondom corona.
6. Omdat het beroep ongegrond is, bestaat er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Kersten, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2021 en zal ook worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.
de rechter is verhinderd dit
proces-verbaal te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Voetnoten

1.Basisregistratie Personen.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 20 oktober 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:2528.
3.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 4 oktober 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3677.