Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 juli 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de Minister van Financiën, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Totstandkoming TKKO
“Voor substantiële afwijkingen wordt voor ouders een mogelijkheid vormgegeven om herziening aan te vragen. Daarnaast staat voor ouders die het niet eens zijn met de hoogte van de vergoeding en/of de gevolgde procedures, zoals gewoonlijk de mogelijkheid van bezwaar en beroep open.”
Artikel 8 van Pro de TTKO bepaalt dat bij ministeriële regeling de periode, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 4, kan worden verlengd, en dat nadere regels kunnen worden gesteld, waarbij kan worden afgeweken van artikel 5 en Pro het van rechtswege vaststellen van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 6.
“Het kan zo zijn dat door de gekozen peildatum het besluit buitengewoon nadelig uitwerkt. Voor deze uitzonderlijke omstandigheden kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld.
Deze uitlatingen vormen een toezegging die gelet op het vorenstaande niet vrijblijvend kan worden gedaan.
Conclusie
ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien en het primaire besluit te herroepen, omdat tussen partijen geen verschil van inzicht bestaat over de hoogte van de toekenning waar eiser recht heeft, als het juiste aantal uren basis zouden zijn voor de toekenning, namelijk € 1.596,-. Aan eiser is al € 533,- toegekend, zodat hij nu nog feitelijk recht heeft op een nabetaling van € 1.063,-.
Beslissing
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 48,- aan eiser te vergoeden.