Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 augustus 2021 in de zaak tussen
[eiseres/verzoekster](eiseres/verzoekster), te Leusden, samen te noemen eisers/verzoekers,
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers, zelfstandig ondernemers in de fotografiebranche, vroegen meerdere keren om verlenging van hun Bbz-uitkering. Na verschillende adviezen van een deskundige instantie ([A]) concludeerde deze dat het bedrijf niet levensvatbaar is. Verweerder wees de laatste aanvraag om verlenging af op basis van dit advies.
Eisers voerden aan dat het advies onjuist en ondeugdelijk gemotiveerd was, onder meer vanwege vermeende onjuiste feiten en onvoldoende rekening houden met neveninkomsten en omzetverwachtingen. De rechtbank oordeelde echter dat het advies zorgvuldig was opgesteld, dat de omzetstijging in 2020 niet leidde tot een positief resultaat en dat de omzetverwachting voor 2021 niet aannemelijk was.
De rechtbank stelde vast dat verweerder bevoegd was om de bijstand steeds voor zes maanden toe te kennen en dat er geen concrete aanknopingspunten waren om te twijfelen aan het advies. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verlenging van de Bbz-uitkering wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.