ECLI:NL:RBMNE:2021:4767
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking bijstandsuitkering na opschorting wegens niet verstrekken informatie
Eiser ontving bijstand als alleenstaande en werd door verweerder onderzocht op rechtmatigheid van deze uitkering. Na herhaaldelijke verzoeken om informatie en uitnodigingen voor gesprekken waarop eiser niet verscheen, werd de bijstand op 24 november 2020 opgeschort en vervolgens ingetrokken met terugvordering van ten onrechte ontvangen bedragen.
Eiser betwistte in beroep de rechtmatigheid van de intrekking, onder meer met het argument dat hij een uitnodigingsbrief niet had ontvangen en daardoor niet wist van het gesprek op 24 november 2020. De rechtbank oordeelde dat de ontvangst van die brief niet relevant was voor de intrekking, aangezien de opschorting rechtmatig was vastgesteld.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet aan zijn verplichting had voldaan om binnen de gestelde termijn de gevraagde informatie te verstrekken en dat hem hiervan een verwijt kon worden gemaakt. Hiermee was voldaan aan de voorwaarden van artikel 54, vierde lid, van de Participatiewet, waardoor de intrekking van de bijstand gerechtvaardigd was.
De terugvordering van de bijstand over de periode van 24 tot en met 30 november 2020 werd niet betwist met zelfstandige beroepsgronden. De rechtbank wees het beroep daarom ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de intrekking van de bijstand wordt ongegrond verklaard.