Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 februari 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Inleiding
Overwegingen
Beginselplicht tot handhaving
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft een erfafscheiding van 1,80 meter hoog gebouwd in zijn voortuin, terwijl het bestemmingsplan een maximale hoogte van één meter toestaat. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijdemeren legde daarom een last onder dwangsom op om de overtreding te beëindigen. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het bestreden besluit.
De rechtbank stelt vast dat de erfafscheiding zonder omgevingsvergunning is gerealiseerd en in strijd is met het bestemmingsplan. Er is geen concreet zicht op legalisatie omdat het college niet bereid is een vergunning te verlenen. Handhaving is daarom in beginsel verplicht, tenzij bijzondere omstandigheden of disproportionaliteit zich voordoen.
Eiser voerde aan dat handhaving onevenredig is vanwege het verwijderen van het deel dat het uitzicht van de derde-partij belemmert en dat het overige deel met instemming van buren is geplaatst. De rechtbank oordeelt dat dit onvoldoende is om af te zien van handhaving, mede omdat de overtreding aan de andere zijde blijft bestaan en buren niet kunnen afwijken van het bestemmingsplan.
Verder stelde eiser dat het college in strijd met het gelijkheidsbeginsel handelde door niet tegen vergelijkbare situaties op te treden. Het college stelde dat het handhavingsbeleid prioriteit geeft aan klachten en verzoeken tot handhaving, en dat in de door eiser genoemde gevallen geen verzoeken zijn ingediend. De rechtbank vindt dit beleid niet onredelijk en oordeelt dat het college niet verplicht was om zonder verzoek op te treden.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat het college bevoegd en terecht handhavend is opgetreden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en het college mag handhavend optreden.