ECLI:NL:RBMNE:2022:1201
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na medische herbeoordeling bij CVS/ME niet onterecht
Eiseres, werkzaam als [functie] bij een bedrijf, kreeg in 2016 een WIA-uitkering toegekend wegens 80-100% arbeidsongeschiktheid na ziekte door lichamelijke en psychische klachten, waaronder CVS/ME. Het UWV herbeoordeelde haar situatie in 2020 en stelde dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waarna de uitkering werd beëindigd. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat haar beperkingen werden onderschat, onderbouwd met meerdere medische rapporten van specialisten.
De rechtbank oordeelt dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek heeft uitgevoerd, waarbij verzekeringsartsen de beperkingen van eiseres op een begrijpelijke en navolgbare wijze hebben vastgesteld. De medische rapporten van het UWV zijn overtuigend en sluiten aan bij de klachten van eiseres, waarbij rekening is gehouden met haar aandoeningen zoals CVS/ME. De aanvullende medische stukken van eiseres leiden niet tot een andere beoordeling.
De rechtbank concludeert dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dat de beëindiging van de WIA-uitkering daarom terecht is. Er is geen aanleiding om een medisch deskundige te benoemen en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beëindiging van haar WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.