Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[handelsnaam],
1.De procedure
2.De feiten
(…)
Rechtbank Midden-Nederland
De werknemer was sinds 1997 in dienst bij de werkgever en werkte volgens een vast rooster van woensdag tot en met zaterdag. Na overname van de onderneming door de werkgever werd de werknemer op zondagen ingeroosterd, terwijl hij mantelzorg verleende op die dagen. De werknemer verscheen niet op die zondagen, waarop de werkgever hem op staande voet ontsloeg wegens vermeende werkweigering.
De kantonrechter oordeelt dat geen dringende reden bestond voor ontslag op staande voet, omdat de werkgever onvoldoende overleg voerde over de roosterwijzigingen en de mantelzorgverplichtingen van de werknemer. Het ontslag wordt vernietigd. Wel is sprake van een duurzaam verstoorde arbeidsverhouding, waardoor de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 juni 2022.
De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon vanaf de datum dat de werknemer zich weer beschikbaar stelde, een transitievergoeding van ruim €35.000, en het verstrekken van salarisspecificaties en een eindafrekening. Verzoeken tot billijke vergoeding en schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging worden afgewezen. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd en de arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 juni 2022 met toekenning van transitievergoeding en loonbetaling vanaf beschikbaarstelling.