Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 maart 2022 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [plaats] , verweerder
Waar gaat deze zaak over?
Het oordeel van de rechtbank
kon wetendat de woning door zijn huurder werd onderverhuurd aan meerdere mensen. De door eiser ingeschakelde beheerder is weliswaar in de (voor deze zaak relevante) periode van eind 2019 tot eind 2020 drie keer bij de woning langs geweest, maar er is onvoldoende komen vast te staan dat en zo ja, hoe bij die huisbezoeken daadwerkelijk het gebruik van de woning is gecontroleerd. Uit de formulieren die van de huisbezoeken zijn opgesteld, kan dat niet worden opgemaakt. In de formulieren van de eerste twee huisbezoeken gaat het alleen over de staat van de woning. In het laatste formulier staat wel een checklist met het vakje “overige opvallende zaken”, maar dat is niet ingevuld. Op zitting heeft de door eiser ingeschakelde beheerder verteld dat hij bij de huisbezoeken aan de heer [A] vragen heeft gesteld over het gebruik van de woning, de woning heeft bekeken en foto’s heeft gemaakt. Dit is echter niet verder geconcretiseerd of onderbouwd. Daar komt bij dat de inspecteurs in de betreffende periode twee keer zijn langs geweest en beide keren hebben geconstateerd dat de woning aan meerdere (telkens andere) mensen werd onderverhuurd. Beide keren is de beheerder een paar weken later langs geweest en heeft niets van deze situatie gemerkt. Het college heeft terecht aangegeven dat – als de woning inderdaad zoals eiser stelt onaangekondigd is bezocht met het doel het gebruik te controleren – de beheerder dit moet zijn opgevallen.