Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 april 2022 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
- dat de uitlooptermijn voor het einde van de ZW-uitkering van één maand en één dag niet vanaf 5 juni 2020 maar vanaf 16 juni 2020 moet gaan lopen;
- dat verzekeringsarts bezwaar en beroep [B] in de bezwaarprocedure partijdig en vooringenomen was;
- dat de gezondheidssituatie van eiser ten onrechte per 22 april 2020 is beoordeeld, terwijl de beoordelingsdatum 8 april 2020 is;
- dat de verzekeringsartsen ten onrechte gebruik hebben gemaakt van het expertiserapport van psychiater [C] ;
- dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet inzichtelijk en overtuigend heeft gemotiveerd waarom de vastgestelde beperkingen in de rubrieken persoonlijk en sociaal functioneren passend voor eiser zijn.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 49,- aan eiser te vergoeden.