Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres:
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
daar was en dat hij stond te schreeuwen tegen [D][de rechtbank begrijpt: [D] ]
. [3] (…) Ik zag dat [slachtoffer] zijn rechterarm tussen [verdachte] en [D] stak. (…) Ik zag toen dat [slachtoffer] schuin voor [verdachte] kwam te staan. (…) Eigenlijk op hetzelfde moment zag ik dat [verdachte] [slachtoffer] een duw geeft met zijn beide armen. Ik zag dat die armen [slachtoffer] duwden ter hoogte van de borst van [slachtoffer] . Het kan iets boven of onder de tepelhoogte van [slachtoffer] zijn geweest, maar in ieder geval op zijn borst. Ik zag dat [slachtoffer] achteruit stapte en ik hoorde hem zeggen: "Eeej". Dat was het laatste dat ik [slachtoffer] heb horen zeggen. Ik hoorde dat [slachtoffer] dat zei met een normale stem. Geen stemverheffing of zo. Meer een reactie zo van: “joh, blijf van mij af." (…) Ik was ondertussen al bij hem aangekomen en ik heb hem vastgepakt en meegetrokken in de richting van [D] , die de parkeergarage inliep. (…) [slachtoffer] en ik liepen op de stoep, aan de kant van de flat / Markt. Op positie 8 [4] voel en zie ik opeens dat [slachtoffer] tegen mijn aan viel. (…) Ik merkte dat [slachtoffer] door zijn knieën zakte en via mijn lichaam op zijn rug op straat zakte. (…) Ik zag dat er bloed aan mijn handen zat en aan het shirt van [slachtoffer] aan de linkerkant van zijn borst. [5]
weg. Ik sloeg een arm om zijn rug en trok hem mee. Ik liep met hem de weg naar de parkeergarage in. Ik zei nog dingen tegen hem maar kreeg geen antwoord, hij reageerde niet meer. Dat vond ik vreemd. Hij keek me ook vreemd aan. Hij zag er wit uit. Na 15 passen zakte hij ineens in elkaar, tegen mij aan. (…) Zijn ogen draaiden weg en hij snakte naar adem [7]
zo'n duwtje gegeven, hou even afstand.
zeldzame gevalleneen bewustzijn tot enkele minuten kan voorkomen. Daarnaast heeft deskundige [K] in een aanvullend rapport onderbouwd dat de kans dat [slachtoffer] langer dan één minuut bij bewustzijn is geweest op klinische gronden zeer klein is, gelet op de zeer grote verwonding in het hart (een daarvan was maar liefst 3,5 cm lang en reikte tot in de linker hartkamer; de hartkamer die het bloed in de lichaamscirculatie pompt). De rechtbank heeft ook geen aanleiding te twijfelen aan de deskundigheid van [K] , zoals door de verdediging is aangevoerd. [K] is werkzaam als traumachirurg bij het [ziekenhuis] . Ten tijde van het eerste rapport had [K] tien jaar werkervaring, ten tijde van de aanvullende rapportage twintig jaar. Uit de rapportage blijkt dat [K] zijn conclusie (mondeling) heeft getoetst bij een traumachirurg uit een groot traumacentrum in de Verenigde Staten alsmede bij de hoogleraar cardiothoracale chirurgie in het [ziekenhuis] . De verdediging heeft ook niets ingebracht waardoor twijfel over de deskundigheid van [K] zou kunnen ontstaan.
voorafgaandaan de confrontatie met verdachte. Daarbij komt dat de groep waartoe [slachtoffer] behoorde, die avond betrokken was bij twee eerdere incidenten. De verdediging is van mening dat op basis van het forensisch onderzoek en de diverse verklaringen in het dossier niet kan worden uitgesloten dat [slachtoffer] bij het zogenoemde ‘incident 1’ of ‘incident 2’ is gestoken. Daarnaast heeft de verdediging aangevoerd dat [slachtoffer] ook (per ongeluk) door [D] kan zijn gestoken tijdens incident 3. De rechtbank zal hierna de door de verdediging aangevoerde alternatieve scenario’s bespreken en haar conclusies hierover toelichten.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
€ 3.000,- schade heeft aan gederfd levensonderhoud.
10.VOORLOPIGE HECHTENIS
10.2Het standpunt van de verdediging
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
verklaart de officier van justitie ontvankelijkin de vervolging van verdachte;
moordniet bewezen en
spreekt verdachte daarvan vrij;
doodslag bewezenzoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
een gevangenisstraf van 11 jaren en 6 maanden;
beveelt de gevangennemingvan verdachte per ingang van heden;
- wijst de vordering van [A] toe tot een bedrag van € 16.840,75;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [A] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 juli 2010 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [A] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [A] aan de Staat € 16.840,75 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 juli 2010 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 119 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.