ECLI:NL:RBMNE:2022:1991
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op bezwaar tegen beëindiging persoonsgebonden budget op grond van de Jeugdwet
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht om het persoonsgebonden budget (pgb) voor haar zoon te beëindigen. Het pgb betrof persoonlijke verzorging en begeleiding op grond van de Jeugdwet voor de periode van 1 januari 2019 tot en met 1 juli 2019.
De rechtbank oordeelde dat het medische advies van Oreon, dat ten grondslag lag aan het bestreden besluit, zorgvuldig tot stand was gekomen. Zowel een arts als een indicatieadviseur hadden via beeldbellen de zorgbehoefte en hulpvraag in kaart gebracht. Het advies concludeerde dat 21 uur per week aan persoonlijke verzorging en begeleiding geïndiceerd was, gebaseerd op het CIZ-protocol en Nadere Regels Jeugdhulp 2020.
Eiseres voerde aan dat de hulpvraag groter was, met een eigen urenoverzicht dat aanzienlijk meer uren claimde. De rechtbank vond dit onvoldoende concreet en niet medisch onderbouwd. Ook de hulp bij maaltijden werd door de indicatieadviseur als voldoende door eigen kracht gegeven beoordeeld.
De rechtbank volgde de redenering van het advies en handhaafde de eerder toegekende 26,5 uur per week als coulance. De beroepsgronden faalden, het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit tot beëindiging van het persoonsgebonden budget is ongegrond verklaard.