ECLI:NL:RBMNE:2022:2410
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging toestemming beveiligingswerkzaamheden na rijden onder invloed
Eiser, werkzaam in de beveiligingsbranche sinds 1999 en vennoot in een beveiligingsbedrijf sinds 2017, verzocht om verlenging van zijn toestemming voor beveiligingswerkzaamheden. Verweerder weigerde deze verlenging op grond van een strafbeschikking van januari 2020 wegens rijden onder invloed, wat volgens de Beleidsregels particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus een reden is om toestemming te onthouden binnen een terugkijktermijn van vier jaar.
Eiser voerde aan dat verweerder had moeten afwijken van de terugkijktermijn wegens het evenredigheidsbeginsel, zijn lange staat van dienst zonder eerdere incidenten, het geringe recidiverisico, en persoonlijke omstandigheden zoals het stoppen met alcoholgebruik. Verweerder handhaafde de afwijzing vanwege de ernst van het feit en het belang van betrouwbaarheid in de beveiligingsbranche.
De rechtbank overwoog dat de bevoegdheid tot weigering gebonden is aan de wettelijke eisen van betrouwbaarheid en bekwaamheid, waardoor een belangenafweging op basis van het evenredigheidsbeginsel niet aan de orde is. Het rijden onder invloed is een ernstig feit dat de betrouwbaarheid van eiser ondermijnt. De omstandigheden die eiser aanvoerde zijn onvoldoende om van de terugkijktermijn af te wijken.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de toestemming heeft geweigerd en dat eiser geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding. Het beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de weigering van de verlenging van toestemming voor beveiligingswerkzaamheden.