Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
498,00(1 punten x tarief € 498,00)
Rechtbank Midden-Nederland
De werknemer is sinds december 2021 in dienst bij de werkgever op basis van een tijdelijke arbeidsovereenkomst. De werkgever heeft aangegeven het contract niet te verlengen en de werknemer heeft zich ziek gemeld in april 2022. Vanaf mei 2022 heeft de werkgever het loon en de vakantiebijslag niet uitbetaald, ondanks meerdere aanmaningen door de gemachtigde van de werknemer.
De werknemer startte een kort geding en vorderde betaling van het achterstallige loon, vakantiebijslag, wettelijke verhoging, rente en proceskosten. De werkgever is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd, waardoor verstek is verleend.
De kantonrechter gaat uit van de juistheid van de stellingen van de werknemer en oordeelt dat de werkgever in strijd met artikel 7:626 BW Pro geen salarisspecificaties heeft verstrekt. De vorderingen worden toegewezen, behalve de vordering tot betaling van emolumenten die onvoldoende is gespecificeerd.
De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van het loon over mei, juni en juli 2022, de opgebouwde vakantiebijslag, de wettelijke verhoging en rente, alsmede de proceskosten en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, vakantiebijslag, wettelijke verhoging, rente en proceskosten.