ECLI:NL:RBMNE:2022:3435
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van inkomsten uit bijschrijvingen bij bijstandsuitkering
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit van het college van burgemeester en wethouders van Almere, waarin het recht op bijstand over de periode van 1 maart 2021 tot en met 31 mei 2021 is herzien en inkomsten zijn verrekend met de bijstand. De rechtbank heeft het beroep behandeld tijdens een zitting op 18 augustus 2022, waarbij eiseres niet aanwezig was.
De kern van het geschil betreft de vraag of de bedragen die eiseres van twee derden ontving, als inkomen moeten worden aangemerkt. De rechtbank stelt vast dat alleen de bedragen van de heer [naam 1] als inkomen zijn aangemerkt. Volgens jurisprudentie worden terugkerende of periodieke betalingen die kunnen worden aangewend voor algemeen noodzakelijke bestaanskosten gezien als inkomsten, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat dit niet het geval is.
Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat de bijschrijvingen niet als inkomen moeten worden beschouwd. Haar verklaringen over de aard van de betalingen waren tegenstrijdig en uit de bankafschriften kon niet worden afgeleid dat het geen inkomsten betrof. Daarom heeft de rechtbank geoordeeld dat de verrekening van deze inkomsten met de bijstand terecht is gebeurd en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de herziening van de bijstandsuitkering en de verrekening van inkomsten wordt ongegrond verklaard.