Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
30 mei 2022;
2.De feiten
3.Het verzoek en de (voorwaardelijke) tegenverzoeken
-[verweerster (B.V.)] te veroordelen binnen twee dagen na het geven van de beschikking [verzoeker] toe te laten tot de werkvloer om de gebruikelijke werkzaamheden te verrichten op straffe van een dwangsom;
-[verweerster (B.V.)] te veroordelen om aan hem het gebruikelijke loon door te betalen vanaf 2 mei 2022 tot aan de dag dat de arbeidsovereenkomst zal zijn geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente en onder overlegging van salarisspecificaties op straffe van een dwangsom;
4.De beoordeling
“Ik weet waar jij woont. Hoe zou jij het vinden als ik met een camera voor jouw deur sta en inbreuk pleeg op je privacy?”Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft [verzoeker] een digitaal geluidsbestand overgelegd, met een beeld- en geluidsopname van het gesprek met [A] op 1 mei 2022. Op deze opname, die 43 seconden duurt, is onder meer te horen dat [A] [verzoeker] vrijstelt van werk en dat [verzoeker] toezegt dat [A] de sleutels krijgt. Tijdens de zitting heeft [verweerster (B.V.)] gesteld dat [A] zijn opname toen allang op verzoek van [verzoeker] had beëindigd en dat deze door [verzoeker] gemaakte opname veel langer is dan de opname die hij in geding heeft gebracht. De gemachtigde van [verzoeker] heeft tijdens de zitting bevestigd dat de overgelegde opname langer is, waarna hij op verzoek van de kantonrechter dat uitgebreide fragment van de opname heeft laten horen. Daarop is te horen dat [verzoeker] zaken noemt waarmee hij [A] probeert te chanteren. [verzoeker] zegt onder andere:
“jij gaat iemand illegaal laten werken, en dat is allemaal ok. We leven in een rechtstaat hier. Je hebt hier veel uit te leggen.”[verzoeker] heeft door een ingekort beeld- en geluidsfragment in te dienen, waarbij een deel van de uitingen die als dringende reden voor het ontslag zijn genoemd, is weggelaten, niet alle feiten volledig naar voren gebracht die voor de beslissing van belang zijn. Daardoor heeft [verzoeker] de waarheidsplicht ex artikel 21 Rv Pro geschonden. De kantonrechter mag daaraan de gevolgtrekking verbinden die zij geraden acht. Het gevolg is dat de kantonrechter concludeert dat [verzoeker] na dit fragment ook de woorden ‘ik weet jou te vinden, ik weet waar jij woont’ heeft uitgesproken. Deze woorden tezamen genomen vormen een bedreiging van [verzoeker] richting [A] .
€ 4.432,74 voor de afbetaling van een lening door [verzoeker] terecht met de eindafrekening is verrekend. [verzoeker] heeft betwist dat hij nog een deel van de lening bij [verweerster (B.V.)] moest aflossen. De kantonrechter is van oordeel dat [verweerster (B.V.)] door alleen een handgeschreven overzicht met daarop bedragen van betalingen te overleggen, zonder de bijbehorende en controleerbare gegevens waarop deze betalingen zijn terug te vinden, onvoldoende heeft onderbouwd dat ten tijde van het ontslag op staande voet nog een bedrag van de lening open stond. De verzochte verklaring voor recht zal daarom worden afgewezen.