ECLI:NL:RBMNE:2022:4053
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde dagopvangvoorziening en vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn
Eiseres betwistte de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van een dagopvangvoorziening in [vestigingsplaats]. De heffingsambtenaar gebruikte het archetype “dagopvang op medische gronden”, terwijl eiseres stelde dat het archetype “dagverblijf voor ouderen of verstandelijk gehandicapten” passend was. Daarnaast was er discussie over de technische levensduur en restwaarde van bouwdelen.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar niet aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, mede omdat het verkeerde archetype was gebruikt en de levensduurverlenging niet was onderbouwd. Eiseres slaagde er ook niet in haar lagere waarde aannemelijk te maken. Daarom stelde de rechtbank de waarde schattenderwijs vast op €1.000.000.
Verder werd het verzoek van eiseres om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn toegewezen. De procedure duurde 29 maanden, terwijl 24 maanden redelijk is, waardoor een vergoeding van €500 werd toegekend. Ook werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De uitspraak volgt de nieuwe Grondwetswijziging waarin het recht op een eerlijk proces binnen een redelijke termijn is opgenomen, maar de inhoudelijke toetsing blijft aansluiten bij artikel 6 EVRM Pro. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Rechtbank Midden-Nederland op 30 september 2022.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de dagopvangvoorziening wordt vastgesteld op €1.000.000 en eiseres krijgt een vergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.