ECLI:NL:HR:2022:25

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 januari 2022
Publicatiedatum
13 januari 2022
Zaaknummer
21/00529
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake onroerendezaakbelasting gemeente Druten

In deze zaak stond een geschil centraal over de beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) en de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor het jaar 2017 betreffende een onroerende zaak te [Z]. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Druten had tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch beroep in cassatie ingesteld.

De Hoge Raad heeft het middel van het College beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van het Hof. Daarbij was het niet nodig om inhoudelijk op de rechtsvragen in te gaan, omdat het middel niet van belang was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.

Het cassatieberoep is daarom ongegrond verklaard. Het College is veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende, vastgesteld op €2.164 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Tevens is een griffierecht van €541 geheven van het College. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2022.

Uitkomst: Het cassatieberoep van het College is ongegrond verklaard en het College is veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer21/00529
Datum14 januari 2022
ARREST
in de zaak van
het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE DRUTEN
tegen
STICHTING [X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 31 december 2020, nr. 20/00125 [1] , betreffende de beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2017 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z].

1.Het eerste geding in cassatie

Bij arrest van de Hoge Raad van 31 januari 2020, nr. 19/03803, ECLI:NL:HR:2020:169, is vernietigd de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, nr. 18/00369, met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.

2.Het tweede geding in cassatie

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Druten (hierna: het College), vertegenwoordigd door [P], heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
Belanghebbende, vertegenwoordigd door G. Gieben, heeft een verweerschrift ingediend.
Het College heeft een conclusie van repliek ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van dupliek ingediend.

3.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft het middel over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat dit middel niet kan leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van dit middel is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

4.Proceskosten

Het College zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en
- veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Druten in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op € 2.164, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2022.
Van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Druten wordt een griffierecht geheven van € 541.