Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 oktober 2022 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de algemene raad van de Nederlandse Orde van advocaten, verweerder
Procesverloop
Deze datum heeft de rechtbank niet gehaald door omstandigheden die niet met de zaak te maken hebben. De rechtbank doet vandaag uitspraak.
Overwegingen
In het bestreden besluit 2 heeft verweerder een aantal van deze documenten (20, 87, 95, 103, 104, 106, 112, 122, 123, 124, 125, 126 en 127) alsnog openbaar gemaakt. De documenten 60, 88, 92, 99, 100, 101, 105, 110, 113, 117 en 118 heeft verweerder alsnog openbaar gemaakt met uitzondering van de persoonsgegevens. Een aantal van de documenten in deze categorie (92, 99, 100, 101, 105, 110, 113, 117 en 118) bevatten volgens verweerder passages die buiten de reikwijdte van eisers verzoek vallen.
Over de bijlagen 2 tot en met 6 bij document 42 overweegt de rechtbank dat niet in te zien valt dat verweerder in het bestreden besluit 2 heeft overwogen dat deze documenten buiten de reikwijdte van het verzoek vallen, terwijl daarvan bij het bestreden besluit 1 geen sprake was. Deze bijlagen vallen niet buiten de reikwijdte van eisers verzoek. Verweerder zal daarover dan ook opnieuw een besluit moeten nemen waarbij hij ofwel de bedoelde passage respectievelijk bijlagen openbaar maakt, ofwel toepassing geeft aan één van de weigeringsgronden, een en ander met inachtneming van hetgeen de rechtbank hierover heeft overwogen in deze uitspraak en de tussenuitspraak.
persoonlijke beleidsopvattingin artikel 5.2 is aangescherpt ten opzichte van de definitie hiervan in de Wob. Volgens de Woo wordt onder persoonlijke beleidsopvattingen verstaan ambtelijke adviezen, visies, standpunten en overwegingen ten behoeve van intern beraad, niet zijnde feiten, prognoses, beleidsalternatieven, de gevolgen van een bepaald beleidsalternatief of andere onderdelen met een overwegend objectief karakter. Onder de Woo zijn dus niet langer alleen feiten, maar ook prognoses en (gevolgen van) beleidsalternatieven of andere onderdelen met een overwegend objectief karakter expliciet uitgezonderd als persoonlijke beleidsopvatting. Er kan dus sprake zijn van ambtelijke adviezen, visies, standpunten en overwegingen ten behoeve van intern beraad die geheel of gedeeltelijk openbaar gemaakt moeten worden, omdat zij niet als persoonlijke beleidsopvatting hebben te gelden vanwege de daarin vervatte feiten, prognoses, beleidsalternatieven, de gevolgen van een bepaald beleidsalternatief of andere onderdelen met een overwegend objectief karakter. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever hiermee een minder ruime toepassing van de weigeringsgrond ‘persoonlijke beleidsopvatting’ en meer transparantie van het handelen van de overheid voor ogen heeft gestaan. [1] Tegen deze achtergrond heeft de rechtbank gekeken naar de passages die verweerder als persoonlijke beleidsopvatting heeft betiteld.
Over documenten 116 en 119 heeft verweerder overwogen dat het conceptversies zijn van documenten 117 respectievelijk 127, die openbaar zijn gemaakt (met uitzondering van de persoonsgegevens in document 117). De conceptversies zijn opgesteld met het oogmerk van intern beraad en afstemming en voor zover ze afwijken van de definitieve versie, bevat de inhoud van de concepten een voorstel gedaan door de betrokken persoon. De rechtbank constateert dat verweerder daarbij niet heeft aangegeven op welke onderdelen de conceptversies afwijken van de definitieve versies. Dit maakt de beoordeling door de rechtbank nagenoeg onmogelijk. Bovendien heeft verweerder ook voor deze (onderdelen van de) documenten niet beoordeeld of sprake is van feiten, prognoses, beleidsalternatieven, de gevolgen van een bepaald beleidsalternatief of andere onderdelen met een overwegend objectief karakter, maar enkel gesteld dat sprake is van voorstellen. Zoals hiervoor al is overwogen, is dit onvoldoende.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt bestreden besluit 1 en bestreden besluit 2;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag voor zover betrekking hebbend op documenten 1, 2, 3, 4, 5, 7, 42, 73, 97 en 105, met inachtneming van deze uitspraak en de tussenuitspraak;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten voor het overige in stand blijven;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 181,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 13,30.