ECLI:NL:RBMNE:2022:4677
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde tuincentrum en toekenning immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van het tuincentrum op een adres in 2019 vast op €4.465.000,-. Eiseres betwistte deze waarde en stelde dat de kapitalisatiefactor te hoog was vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat de gebruikte referentieobjecten voldoende vergelijkbaar waren en dat de gehanteerde kapitalisatiefactor van 9,2 aannemelijk was gemaakt. Argumenten over de impact van het vuurwerkverbod en de coronapandemie werden verworpen omdat deze omstandigheden zich na de waardepeildatum voordeden.
Daarnaast verzocht eiseres om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep. De rechtbank stelde vast dat de totale termijn met 7 maanden was overschreden, waarbij de heffingsambtenaar en de Staat respectievelijk voor 5/6 en 1/6 van de overschrijding verantwoordelijk waren. Op grond hiervan werd een schadevergoeding van €1.000,- toegekend, verdeeld over de partijen.
De rechtbank veroordeelde de heffingsambtenaar en de Staat tot betaling van deze schadevergoeding en proceskosten, en bepaalde dat het griffierecht aan eiseres wordt vergoed. Het beroep werd ongegrond verklaard omdat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard, maar eiseres krijgt een immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding toegekend.