ECLI:NL:RBMNE:2022:4776
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning in Utrecht, die door verweerder is vastgesteld op €381.000 voor het belastingjaar 2021. Verweerder heeft de waarde onderbouwd met een taxatiematrix waarin vergelijkbare woningen zijn meegenomen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De taxatiematrix is gebaseerd op vergelijkbare woningen en houdt rekening met verschillen in gebruiksoppervlakte en perceelgrootte. Beroepsgronden die eiser pas tijdens de zitting aanvoerde, zoals over de indexering en gebruiksoppervlakte van referentiewoningen, zijn buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde.
Eiser stelde dat de onderhoudstoestand van de woning onvoldoende is meegenomen, maar de rechtbank vindt dat verweerder dit adequaat heeft gekwalificeerd als 'voldoende' en dat de gebreken niet leiden tot een lagere waarde. Ook het beroep op lagere verkoopcijfers van andere woningen wordt verworpen omdat verweerder vergelijkbare referentiewoningen heeft gekozen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €381.000 gehandhaafd.