Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.Waar gaat deze zaak over?
3.Wat oordeelt de kantonrechter?
- [verweerster] is een bedrag van € 2.047,10 brutoloon inclusief vakantietoeslag verschuldigd aan [verzoeker] ;
- [verweerster] heeft met de betaling van 7 juni 2022 een bedrag van € 290,24 bruto te veel betaald dan zij was verschuldigd aan vakantietoeslag en niet opgenomen vakantiedagen, dus dit bedrag kan in mindering worden gebracht op het verschuldigde brutoloon;
- Het door [verweerster] verschuldigde brutoloon wordt vermeerderd met de wettelijke verhoging van 20% (wat neerkomt op een bedrag van € 351,37) en de wettelijke rente over het brutoloon en de wettelijke verhoging vanaf de dag van opeisbaarheid tot de voldoening;
- [verzoeker] is een bedrag van € 2.288,24 bruto aan gefixeerde schadevergoeding verschuldigd aan [verweerster] .