ECLI:NL:RBMNE:2022:5480
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering gemachtigde wegens ongepast gedrag in bestuursrechtelijke procedure
In deze bestuursrechtelijke zaak weigerde de rechtbank Midden-Nederland op grond van artikel 8:25 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de bijstand of vertegenwoordiging door de gemachtigde van eiser. Deze weigering volgde nadat de gemachtigde zich in een schriftelijke reactie op een wrakingsprocedure op een uiterst ongepaste en beledigende wijze had uitgelaten over de rechter, rechterlijke colleges, de rechtsstaat en Nederland.
De rechtbank stelde vast dat het taalgebruik van de gemachtigde het gezag van de rechtspraak en de betrokken functionarissen op onaanvaardbare wijze aantastte en de doelmatige behandeling van het geschil ernstig bemoeilijkte. Dit was niet het eerste incident; uit eerdere rechtspraak bleek dat dezelfde gemachtigde in meerdere procedures was gewaarschuwd en geweigerd vanwege vergelijkbaar gedrag.
Eiser en zijn gemachtigde kregen gelegenheid te reageren op het voornemen tot weigering, maar de reactie van de gemachtigde bevestigde juist het ongepaste gedrag. De rechtbank oordeelde daarom dat ernstige bezwaren tegen de gemachtigde bestonden en wees zijn bijstand af.
Eiser werd in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken een andere gemachtigde aan te wijzen, bij gebreke waarvan hij verder zonder gemachtigde zou procederen. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank weigert de gemachtigde van eiser vanwege ongepast en beledigend taalgebruik en stelt eiser in de gelegenheid een andere gemachtigde aan te wijzen.