ECLI:NL:RBMNE:2022:5480

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
12 december 2022
Publicatiedatum
19 december 2022
Zaaknummer
UTR - 22 _ 529
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:25 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering gemachtigde wegens ongepast gedrag in bestuursrechtelijke procedure

In deze bestuursrechtelijke zaak weigerde de rechtbank Midden-Nederland op grond van artikel 8:25 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de bijstand of vertegenwoordiging door de gemachtigde van eiser. Deze weigering volgde nadat de gemachtigde zich in een schriftelijke reactie op een wrakingsprocedure op een uiterst ongepaste en beledigende wijze had uitgelaten over de rechter, rechterlijke colleges, de rechtsstaat en Nederland.

De rechtbank stelde vast dat het taalgebruik van de gemachtigde het gezag van de rechtspraak en de betrokken functionarissen op onaanvaardbare wijze aantastte en de doelmatige behandeling van het geschil ernstig bemoeilijkte. Dit was niet het eerste incident; uit eerdere rechtspraak bleek dat dezelfde gemachtigde in meerdere procedures was gewaarschuwd en geweigerd vanwege vergelijkbaar gedrag.

Eiser en zijn gemachtigde kregen gelegenheid te reageren op het voornemen tot weigering, maar de reactie van de gemachtigde bevestigde juist het ongepaste gedrag. De rechtbank oordeelde daarom dat ernstige bezwaren tegen de gemachtigde bestonden en wees zijn bijstand af.

Eiser werd in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken een andere gemachtigde aan te wijzen, bij gebreke waarvan hij verder zonder gemachtigde zou procederen. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank weigert de gemachtigde van eiser vanwege ongepast en beledigend taalgebruik en stelt eiser in de gelegenheid een andere gemachtigde aan te wijzen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/529
beslissing van de rechtbank van 12 december 2022 op grond van artikel 8:25 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de directie van de RDW, verweerder

(gemachtigde: mr. J. Choufoer-Van der Wal)

Overwegingen

Wat beslist de rechtbank?
1. De rechtbank weigert bijstand of vertegenwoordiging van [gemachtigde] ( [gemachtigde] ), al dan niet namens [naam] , in deze beroepsprocedure op grond van artikel 8:25, eerste lid, van de Awb.
Waarom deze weigering?
2. De beroepsprocedure is op 16 augustus 2022 op een zitting behandeld. Tijdens de zitting heeft eiser de rechter gewraakt. De gemachtigde van eiser ( [gemachtigde] ) heeft in de wrakingsprocedure [1] op 1 september 2022 een schriftelijk reactie ingediend.
3. In de reactie van 1 september 2022 laat [gemachtigde] zich op een uiterst ongepaste manier uit. Hij uit ernstige verwijten en beschuldigingen aan de rechter, rechterlijke colleges, de rechtsstaat en Nederland in het algemeen. Zijn taalgebruik is beledigend en beschadigend. Hij tast daarmee het gezag van de rechtspraak en de daarbij betrokkenen functionarissen nodeloos en op onaanvaardbare wijze aan. Met zijn opmerkingen maakt [gemachtigde] het uiterst moeilijk om tot een doelmatige behandeling van het geschil te komen. Daarbij wordt ook in aanmerking genomen dat dit niet een op zichzelf staand incident is. Uit rechtspraak blijkt dat [gemachtigde] in andere procedures meerdere keren is gewaarschuwd en in meerdere procedures als gemachtigde is geweigerd vanwege zijn taalgebruik. [2] Desondanks heeft hij zich in de wrakingsprocedure uiterst ongepast uitgelaten.
4. Eiser en [gemachtigde] zijn op 22 november 2022 in de gelegenheid gesteld om te reageren op het voornemen van de rechtbank om [gemachtigde] te weigeren als gemachtigde. Eiser heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. [gemachtigde] heeft op het voornemen gereageerd met zijn brief van 28 november 2022. Die brief geeft de rechtbank geen aanleiding voor een andere conclusie. In tegendeel juist. Die brief bevestigt het voornemen van de rechtbank, omdat [gemachtigde] zich in die brief weer ongepast uitlaat. De door [gemachtigde] aangehaalde Europese regelgeving en rechtspraak kunnen hem om die reden al niet baten.
5. De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat tegen [gemachtigde] ernstige bezwaren bestaan als bedoeld in artikel 8:25, eerste lid, van de Awb.
Hoe nu verder?
6. Eiser wordt in kennis gesteld van deze beslissing en wordt in de gelegenheid gesteld om, desgewenst, binnen vier weken na verzending van deze beslissing een andere gemachtigde aan te wijzen voor de verdere procedure. Als de rechtbank binnen deze termijn geen reactie ontvangt, gaat zij er vanuit dat eiser verder procedeert zonder gemachtigde.

Beslissing

De rechtbank:
- weigert bijstand of vertegenwoordiging door [gemachtigde] (al dan niet namens [naam] ) in de beroepsprocedure met zaaknummer UTR 22/529;
- stelt [eiser] in de gelegenheid om, desgewenst, binnen vier weken na verzending van deze beslissing een andere gemachtigde aan te wijzen voor de verdere procedure.
Deze beslissing is genomen op 12 december 2022 door mr. A.A.M. Elzakkers rechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier.
griffier rechter
Een afschrift van deze beslissing is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing kan geen rechtsmiddel worden aangewend.

Voetnoten

1.Zaaknummer/rekestnummer: 543485 / HA RK 22-175.
2.Zie bijvoorbeeld Hoge Raad 6 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1730; Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16 maart 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:2413; Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 6 april 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:1118; Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 9 september 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:3156.