ECLI:NL:GHSHE:2022:3156
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering gemachtigde wegens structureel onbetamelijk taalgebruik in belastingprocedures
In deze bestuursrechtelijke zaak betreffende de BPM heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch besloten om de gemachtigde [A] te weigeren als bijstandsverlener en vertegenwoordiger van belanghebbende. Deze beslissing volgt op meerdere eerdere waarschuwingen en tussenuitspraken waarin het hof het structureel onbetamelijke taalgebruik van [A] in procedurestukken heeft veroordeeld.
Ondanks herhaalde verzoeken om zijn taalgebruik aan te passen, heeft [A] in het hoger beroepschrift opnieuw grievende en beledigende opmerkingen geuit richting rechterlijke ambtenaren en colleges. Het hof stelt dat dit taalgebruik de goede procesorde ernstig verstoort en ook nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen van de door hem vertegenwoordigde partijen.
Het hof baseert zijn beslissing op artikel 8:25 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en verwijst naar het recht op bijstand en vertegenwoordiging zoals neergelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het EVRM. Het weigeren van [A] als gemachtigde wordt gezien als een proportionele maatregel om een normale gang van zaken in de procedure te waarborgen.
Belanghebbende wordt in de gelegenheid gesteld binnen vier weken een andere gemachtigde aan te wijzen. De uitspraak is gedaan door de voorzitter en twee raadsheren en is openbaar uitgesproken op 7 september 2022.
Uitkomst: Het hof weigert gemachtigde [A] als bijstandsverlener vanwege structureel grievend taalgebruik en stelt belanghebbende in staat een andere gemachtigde aan te wijzen.