ECLI:NL:GHSHE:2022:1118
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Weigering gemachtigde wegens structureel ongepast taalgebruik in belastingprocedure
In deze bestuursrechtelijke zaak betreffende de heffing van BPM heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch besloten gemachtigde [A] te weigeren als bijstandsverlener vanwege structureel ongepast taalgebruik in processtukken. [A] trad op als gemachtigde van diverse belanghebbenden en gebruikte herhaaldelijk grievende en beledigende opmerkingen jegens rechterlijke ambtenaren en colleges.
Het hof had [A] al meerdere malen gewaarschuwd en hem herstelmogelijkheden geboden, maar hij bleef volharden in zijn taalgebruik. Dit leidde tot ernstige verstoring van de goede procesorde en benadeling van de belangen van de door hem vertegenwoordigde partijen.
Het hof oordeelt dat het weigeren van [A] niet in strijd is met het recht op toegang tot de rechter of het recht op bijstand, omdat belanghebbende nog steeds een andere gemachtigde kan aanwijzen. De beslissing is beperkt tot de onderhavige procedures en streeft een legitiem doel na: het waarborgen van een ordentelijke procesgang.
Belanghebbende wordt in de gelegenheid gesteld binnen vier weken een andere gemachtigde aan te wijzen. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer op 6 april 2022 en is een tussenuitspraak op grond van artikel 8:25 Awb Pro.
Uitkomst: Het hof weigert gemachtigde [A] als bijstandsverlener wegens structureel grievend taalgebruik en stelt belanghebbende in staat een andere gemachtigde aan te wijzen.