ECLI:NL:RBMNE:2022:568
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldig ontslag op staande voet wegens werkweigering in thuiszorg
De zaak betreft een verzoek tot vernietiging van een ontslag op staande voet gegeven aan een thuiszorgmedewerker op 14 november 2021 wegens werkweigering. De werknemer, onder bewind gesteld, werd vertegenwoordigd door haar bewindvoerder. De werkgever stelde dat de dringende reden voor ontslag lag in het opzettelijk overslaan van een zorgbehoevende cliënt met hartproblemen op 13 november 2021.
De kantonrechter stelde vast dat de werknemer de cliënt niet heeft bezocht ondanks de noodzaak van tijdige zorg en dat zij dit niet tijdig mondeling heeft gemeld aan de werkgever. De werknemer betwistte structurele werkweigering, maar erkende de situatie rond de wegomleiding en de communicatie via sms en WhatsApp. De werkgever toonde aan dat dit niet de eerste keer was dat cliënten werden overgeslagen en dat hiervoor eerder waarschuwingen waren gegeven.
Gezien de ernst van het plichtsverzuim en het risico voor de cliënt, achtte de kantonrechter het ontslag op staande voet gerechtvaardigd. Persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals haar status als alleenstaande moeder en opleidingsbehoefte, stonden dit niet in de weg. De loonvordering over de periode voor het ontslag werd toegewezen, met een gematigde wettelijke verhoging van 10%, vanwege mogelijke schade door de werknemer. De proceskosten werden gecompenseerd zodat partijen hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wegens werkweigering is rechtsgeldig; het verzoek tot vernietiging wordt afgewezen en het achterstallige salaris tot het ontslag wordt toegewezen met een gematigde wettelijke verhoging.