ECLI:NL:RBMNE:2022:6329
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waardes winkelpanden in economisch verkeer volgens huurwaardekapitalisatiemethode
Eiseres B.V. heeft beroep ingesteld tegen de door de gemeente vastgestelde WOZ-waardes van zes winkelpanden gelegen in een winkelcentrum in [locatie 1]. Verweerder handhaafde de waardes die waren vastgesteld via de huurwaardekapitalisatiemethode, waarbij de bruto huur werd gekapitaliseerd met een factor van 9,5, gebaseerd op getaxeerde huurwaardes en referentieobjecten.
Eiseres voerde aan dat de waardes minstens 30% te hoog waren, onder meer vanwege de coronacrisis, onjuiste oppervlaktebepalingen, en onvoldoende onderbouwing van huurwaardes en kapitalisatiefactoren. De rechtbank oordeelde dat de coronacrisis op de waardepeildatum 1 januari 2020 nog niet speelde en dat de oppervlakte van de afzonderlijke onroerende zaken niet ter discussie stond. Ook werd het bewijsaanbod van eiseres afgewezen omdat het niet relevant was voor de afzonderlijke waardebepalingen.
De rechtbank stelde vast dat verweerder geen huurovereenkomsten van referentieobjecten had overgelegd, maar dat eiseres voldoende in staat was geweest de gegevens te controleren en betwisten. De enkele betwisting van het eigen huurcijfer werd niet voldoende onderbouwd. De rechtbank vond de gehanteerde kapitalisatiefactor en huurwaardes aannemelijk en marktconform, ondanks de stellingen van eiseres over kunstmatig hoge verkoopprijzen en leegstandsrisico.
De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waardes niet te hoog waren vastgesteld en wees het beroep af. Tevens werd het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen omdat de uitspraak binnen twee jaar na ontvangst van het bezwaarschrift was gedaan.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waardes is ongegrond verklaard en de waardes worden gehandhaafd.