ECLI:NL:RBMNE:2022:6541

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
13 juli 2022
Publicatiedatum
12 juli 2023
Zaaknummer
C/16/539091 / HA ZA 22-295
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 222 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing incidentele vordering tot voeging van civiele procedures met behoud van zelfstandigheid

In deze civiele zaak vordert Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Kappersbedrijf (Bpf Kappers) de voeging van haar hoofdzaak met een andere aanhangige procedure bij dezelfde rechtbank. De rechtbank overweegt dat voeging slechts een processuele samenvoeging betreft en dat de zelfstandigheid van de afzonderlijke procedures behouden blijft.

De rechtbank wijst de incidentele vordering tot voeging toe omdat de aangevoerde gronden niet zijn weersproken en voldoende zijn om de voeging te rechtvaardigen. Partijen worden in hun proceskosten gecompenseerd, wat betekent dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Verder wordt het verzoek van gedaagde Appel Pensioenuitvoering B.V. en Stichting Administratie Groep Holland (AGH) om AGH toe te laten tot het indienen van een conclusie van antwoord in de procedure waarmee wordt gevoegd afgewezen, omdat AGH daarin geen partij is. De rechtbank benadrukt dat voeging geen wijziging brengt in de procespositie van partijen.

De zaak wordt op 24 augustus 2022 opnieuw op de rol gezet voor conclusie van antwoord.

Uitkomst: De rechtbank wijst de incidentele vordering tot voeging toe met behoud van zelfstandigheid van de procedures en compenseert de proceskosten.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
handelskamer
locatie Utrecht
zaaknummer / rolnummer: C/16/539091 / HA ZA 22-295
Vonnis in incident van 13 juli 2022
in de zaak van
de stichting
ST. BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR HET KAPPERSBEDRIJF,
gevestigd te Woerden,
eiseres in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat mr. J. van Schendel te Enschede,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
APPEL PENSIOENUITVOERING B.V.,
statutair gevestigd te Amersfoort en kantoorhoudende te Almere,
2. de stichting
STICHTING ADMINISTRATIE GROEP HOLLAND (AGH) (IN LIQUIDATIE),
statutair gevestigd te Rijswijk en kantoorhoudende te Huizen,
gedaagden in de hoofdzaak,
verweersters in het incident,
advocaat mr. A. Romein te Utrecht.
Eiser wordt hierna Bpf Kappers genoemd. Gedaagden worden hierna afzonderlijk Appel en AGH en gezamenlijk Appel c.s. genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding tevens houdende de incidentele vordering tot voeging
  • de incidentele conclusie van antwoord
  • het voornemen van de rechtbank tot ambtshalve voeging
  • de akte uitlaten in het voegingsincident.
1.2.
Daarna is beslist dat er vonnis wordt gewezen in het incident.

2.De beoordeling in het incident

2.1.
Bpf Kappers vordert dat de hoofdzaak wordt gevoegd met de bij deze rechtbank aanhangige zaak met het zaaknummer / rolnummer 535198 / HA ZA 22-123. Appel c.s. refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
2.2.
De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, omdat de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen.
2.3.
Geen van partijen heeft ongelijk gekregen. Daarom worden de proceskosten gecompenseerd. Dat betekent dat iedere partij de eigen kosten draagt.
2.4.
Appel c.s. vraagt om AGH als nieuw in de procedure betrokken partij in de gelegenheid te stellen een conclusie van antwoord te nemen. Voor zover Appel c.s. hiermee de onderhavige procedure bedoelt, mogen beide gedaagden (dus zowel Appel als AGH) een conclusie van antwoord indienen, zoals ook gebruikelijk is. Voor zover Appel c.s. met haar verzoek bedoelt dat AGH in de procedure waarmee gevoegd wordt (535198 HA ZA 22-123) een conclusie van antwoord mag nemen, wordt dat verzoek afgewezen. In die procedure is Appel eiser en Bpf Kappers gedaagde. AGH is daarin geen (gedaagde) partij. Dat de procedures worden gevoegd, verandert dat niet. Een voeging is processueel van aard. De gevoegde zaken behouden hun zelfstandigheid (en hun eigen rolnummer). Partijen kunnen slechts in hun eigen zaak proceshandelingen verrichten.

3.De beslissing

De rechtbank
in het incident
3.1.
voegt de hoofdzaak met de bij deze rechtbank aanhangige zaak met zaaknummer / rolnummer 535198 / HA ZA 22-123,
3.2.
compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in de hoofdzaak
3.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
24 augustus 2022voor conclusie van antwoord.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.J. van Maanen en in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2022. [1]

Voetnoten

1.MB (4209)